en Jan zijn makkers Jan Hulleman ook niet!

Jan Berkenbosch: We zijn ongeveer 5 tot 10 minuten aan ’t voetballen met een man of tien en dan zakt Jan Hulleman naar de grond. Ogen zijn weggedraaid. We willen direct 112 bellen, maar er is geen telefoon op het veld aanwezig. Ik ren naar de kantine, bel 112, krijg een dame van de Centrale Driebergen aan de lijn, zeg dat er iemand op ’t sportveld in elkaar is gezakt. Zij schakelt ambulancehulp in en verbindt mij door met een man die vraagt of ie nog ademt. Dat weet ik niet, maar zal beneden kijken, kom Anne Boer tegen, die zegt: ze zijn al aan het reanimeren.
Ik zeg dit de man en geef de telefoon aan Grietje Duiven. Realiseer me dat ik zo snel mogelijk naar het veld moet, schreeuw tegen Ab van ’t Zand dat ie de tas met portemonnees zo vlug mogelijk naar mij toe moet brengen. Ik kom ‘m halverwege tegen en grijp mijn AED-pasje, geef die aan Ab die naar de kast bij ’t hek rent. Ik snel naar Gerrit toe en neem de reanimatie over. Arnold Schumacher: zondagmorgen word ik wakker en denk dat het kwart over negen is.
Ik dacht nog lekker een potje voetballen. Ik hoorde stemmen op het veld en kijk uit het raam en zag dat ze net begonnen waren met voetballen en telde dat ze 5 – 5 voetbalden. De zomertijd was ingegaan en dat was ik vergeten en het dus kwart over tien. Ging naar beneden, deed de gordijnen open en zag dat er net begonnen was met reanimeren op het veld. Greep een vest van de kapstok die ik over mijn blote body aantrok en rende direct naar buiten waar ik Robert de held aantrof die vroeg waar de AED hangt. Aan het hek bij de ingang van het sportveld.
Met een noodgang een fiets uit de schuur gegrepen en richting de ingang gesjeesd. Anne Boer was net bezig de AED-kast te openen. Krijg van hem het apparaat in de handen gedrukt en fietste het veld op om het AEDapparaat aan Jan Berkenbosch te geven. Berkenbosch:Even later komt Arnold Schumacher die ’t gebeuren vanuit huis had gezien, op de fiets met de AED per plekke. Ik sluit deze aan terwijl Arnold verder reanimeert, Jan krijgt volgende de aanwijzingen van de AED-luidspreker een aantal schokken.
Het hart leek zijn werking weer te doen. Twee ambulances arriveren met de politie – op aanwijzingen van onze jongens die bij het hek stonden) en zij nemen de hulp over maar een van ons blijft op verzoek van het ambulancepersoneel reanimeren. Schumacher: ineens was er deskundige hulp die Jan injecties gaf en een monitor aansloot. Wij moesten doorgaan met reanimeren. Na de tweede schok die was toegediend voelde ik weerstand bij het reanimeren en gaf richting de ambulancebroeder aan dat Jan weer hartritme had. Zij gaven aan dat ik door moest gaan met reanimeren. Jan Berkenbosch nam het reanimeren van mij over. Joke Hulleman werd intussen opgehaald door een van ons. Jan is na onze hulp en die van de ambulancebroeders naar het ziekenhuis gegaan waar hij gelukkig zonder enige schade kon worden geholpen en inmiddels weer herstelt.
Na ’t gebeuren in de kantine even met de jongens nagepraat, wat goed was voor een ieder, vermeldt Jan. En Arnold voegt eraan toe: Gelukkig hebben we gezamenlijk nagepraat en werd er aangegeven dat er – indien nodig – een beroep kon worden gedaan op professionele hulp bij het verwerken van deze heftige gebeurtenis. Ik kan mij nu voorstellen dat dit nodig, want de eerste nachten heb ik het reanimeren een paar keer “over gedaan”en zat de eerste week niet lekker in mijn vel. De zondag erna hebben we – op initiatief van o.a. Henk-Jan Kienhuis, voorzitter Hartveilig Hardenberg – met het 12e nagepraat overde hele gebeurtenis. Gelukkig is Jan weer thuis en kunnen we concluderen dat we met zijn allen – HET 12e! – juist en adequaat hebben gehandeld.